Beleidsplan

De Nederlandse Vereniging voor Medisch Onderwijs (NVMO) maakt vanaf 1998 periodiek een nieuw beleidsplan. In 2002 is besloten deze beleidsplannen op te stellen voor een periode van vijf jaar. Het huidige (vierde) beleidsplan is gericht op de komende vijfjarige periode, van 2013 tot 2018.

Het beleid voor 2013 – 2018

De Vereniging biedt van oudsher een open en constructief, klimaat gericht op samen­werking om het hogere doel van goed medisch onderwijs te bereiken. Deze lijn wordt voortgezet in de komende planperiode door de gebruikelijke actieve benadering en ondersteuning van de doelgroep, het congres, het (Engelstalige) tijdschrift, de website, de werkgroepen en commissies. Het is de ambitie van het bestuur de onderwijs- en onderzoekexpertise van haar leden verder uit te bouwen en breder te verspreiden binnen het medisch onderwijs. Dit betekent dat het beleid de komende jaren gericht zal worden op de volgende speerpunten:

  • verhoging aantal (docent-)leden
  • verdere stimulering onderzoek van onderwijs en de rol van het Wetenschappelijk Comité
  • inzet van expertise van de NVMO werkgroepen
  • accreditatie van scholingsactiviteiten van NVMO werkgroepen en andere activiteiten van de NVMO
  • internationale oriëntatie

Leden

De belangstelling in Nederland en Vlaanderen voor medisch onderwijs, inclusief de medische vervolgopleidingen, groeit nog steeds aanzienlijk. De leden zijn afkomstig uit een breed scala van opleidingen in de gezondheidszorg. Van oudsher zijn veel leden betrokken bij de initiële opleidingen geneeskunde. Veel nieuwe leden zijn betrokken bij opleidingen waar recent grote veranderingen hebben plaatsgevonden: de medische specialisten opleidingen en de nieuwe professionele Master opleidingen Physician Assistant en Advanced Nurse Practitioner.

De vernieuwingen in het medisch onderwijs hebben geleid tot een toename van het aantal promovendi. Het NVMO Promovendinetwerk telde in 2012 ruim 80 Nederlandse en Vlaamse leden. De aanzienlijke toename van de hoeveelheid wetenschappelijk onderzoek met internationale publicaties is mede dankzij de productie van deze promovendi. Tot 2010 hebben gemiddeld 5 promovendi per jaar een proefschrift over (vernieuwingen in) medisch onderwijs afgerond. Maar na 2010 is dit aantal gestegen tot meer dan 10 per jaar. Internationaal gezien behoort Nederland wat betreft de productie van wetenschappelijke artikelen over medisch onderwijs tot de top.

In september 2012 kende de NVMO 1218 leden. In het beleidsplan 2007 – 2012 werd gestreefd naar een groei van het ledental van ruim 800 naar 1500 aan het eind van de beleidsperiode omdat het vanaf deze grens mogelijk is de belangrijkste activiteiten, het NVMO tijdschrift (PME) en het congres, zelf bedruipend te laten zijn. Het streven is niet geheel gerealiseerd, maar er heeft een aanzienlijke groei plaatsgevonden, een groei die nog niet gestopt lijkt.

Het Bestuur denkt dat nieuwe leden te vinden moeten zijn onder de opleiders die betrokken zijn bij medische vervolgopleidingen. Met elke wetenschappelijke vereniging zal apart worden overlegd over hoe de NVMO kan bijdragen aan de discussie over en de implementatie van de vernieuwing van de vervolgopleidingen. Daarnaast wil het bestuur nieuwe leden werven binnen het docenten corps van de initiële medische opleidingen en van andere opleidingen in het gezondheidszorgonderwijs.  Er zijn nu in verhouding weinig docenten en medisch specialisten lid van de Vereniging, terwijl de Vereniging voor hen veel te bieden heeft, met name op het gebied van onderwijskundige scholing, curriculum- en cursusontwikkeling en onderzoek van medisch onderwijs. Voor de beleidsperiode van 2013 – 2018 wordt gestreefd naar een toename van het ledental tot 2000. Dit is opnieuw ambitieus, maar niet onmogelijk.

Typen lidmaatschappen

Thans kent de NVMO gewone leden, ereleden, studentleden en seniorleden. Ereleden worden voor het leven benoemd en zijn vrijgesteld van contributie. Han Moll laureaten wordt automatisch het erelidmaatschap toegekend, alsmede oud-bestuursvoorzitters. Het seniorlidmaatschap is in de vorige beleidsperiode ingevoerd en de contributie is gelijk aan die van studentleden.
 Er is tevens een combi-lidmaatschap ingesteld voor het lidmaatschap van de Dutch Society for Simulation in Healthcare, waardoor er korting is op de contributie voor zowel DSSH als NVMO.

Samenstelling bestuur NVMO

Het bestuur van de Vereniging wordt gekozen door de leden, op voordracht van het zittende bestuur of van tenminste tien leden. Bij de samenstelling wordt gelet op de diversiteit in deskundigheid op grond van de achtergrond van de leden en werkplaats. Het is gewenst dat het bestuur gesprekspartner kan zijn van onder meer de initiële opleidingen geneeskunde, diergeneeskunde en tandheelkunde, de specialistische vervolgopleidingen, de universitaire biomedische opleidingen, gezondheidszorgopleidingen (bachelor en master) in het HBO, de medische beroepsgroep, promovendi op het terrein van medisch onderwijs en studenten. Behalve de studentleden zijn andere leden niet gespecificeerd.

Naast leden kent het bestuur drie vaste adviseurs: de hoofdredacteur van Perspectives on Medical Education, de voorzitter van het Wetenschappelijk Comité en de hoofdorganisator van het congres. Deze leggen verantwoording af aan het bestuur en stemmen hun beleid af met het bestuur. De adviseurs kunnen geen qq-lid zijn van het bestuur, mede gezien de verschillende zittingstermijnen van bestuursleden en van de betreffende functies.

Website, elektronische nieuwsbrief en andere communicatiemedia

De website van de vereniging wordt veelvuldig geraadpleegd. Het bestuur streeft ernaar de komende jaren het contact tussen leden en bestuur via de website en de elektronische nieuwsbrief, die in 2012 is gestart, te vergroten. Overwogen wordt in deze nieuwsbrief een nieuw laagdrempelig elektronisch medium te vinden dat ook ruimte biedt voor Nederlandstalige publicaties over gezondheidszorg onderwijs.

Onderzoek van Onderwijs

Het stimuleren van onderzoek van onderwijs is een kernactiviteit van de vereniging. Het nieuwe tijdschrift, Perspectives on Medical Education, biedt daarvoor een internationaal platform. Het Promovendi­-netwerk heeft zich de afgelopen beleidsperiode goed ontwikkeld en het aantal bij de Vereniging bekende promovendi bedroeg in 2012 ruim 80. Het bestuur is voornemens het Wetenschappelijk Comité een duidelijker rol te laten spelen bij de organisatie van de jaarlijkse promovendidag. Tijdens deze dag worden de promovendi in de gelegenheid gesteld hun eigen onderzoek te presenteren en te overleggen met promovendi die met vergelijkbare onderzoeksthema’s bezig zijn. Het uitwisselen van expertise is een belangrijk doel. Daarnaast krijgt het promovendi netwerk gelegenheid tijdens het jaarlijkse congres een ‘ronde tafel’ te organiseren.

Gedurende de vorige beleidsperiode is de werkgroep Onderzoek van Onderwijs opgericht. Het doel van deze werkgroep is om de onderzoekvaardigheden van de promovendi en andere onderzoekers, inclusief docenten die belangstelling hebben voor onderzoek, te versterken. Dit doel komt overeen met de doelen die het bestuur ziet voor het Wetenschappelijk Comité. Het bestuur vindt dat de activiteiten van deze werkgroep ondergebracht kunnen worden bij het Wetenschappelijk Comité. Dit Comité is verantwoordelijk voor de kwaliteit van de wetenschappelijke papers voor het congres. Tevens adviseert zij de NVMO Congrescommissie bij de keuze voor uit te nodigen sprekers voor het congres. Gedurende de komende beleidsperiode zullen de contacten van het Wetenschappelijk Comité en het Promovendinetwerk versterkt worden.

De in 2010 ingestelde NVMO Ethical Review Board functioneert goed, lijkt in een behoefte te voorzien en er is internationaal belangstelling voor dit concept. Er is in 2012 door het UMC Utrecht een genereuze subsidie toegekend om deze activiteit in 2012 mogelijk te maken. De activiteit kan hierdoor uit de middelen van de NVMO in 2013 en 2014 worden voortgezet. In deze periode moet echter een structurele financiering voor de toekomst worden gevonden.

NVMO werkgroepen en expertiseontwikkeling

De NVMO kent commissies die verantwoordelijk zijn voor het congres, het tijdschrift en de wetenschappelijkheid van de aantal activiteiten. Daarnaast kent de Vereniging, anno 2012, vijftien werkgroepen, die gericht zijn op specifieke onderwerpen die in de loop der jaren door leden van de Vereniging als van voldoende belang zijn geïdentificeerd om onder de vlag en met subsidie van de NVMO activiteiten te verrichten. De afgelopen beleidsperiode hebben de werkgroepen een duidelijker status gekregen door enerzijds de toekenning van een jaarlijks budget en anderzijds het organiseren van activiteiten die voor de Vereniging een bijzondere betekenis hebben. De werkgroepen hebben de afgelopen jaren een structurele inbreng op het NVMO Congres, door het organiseren van workshops, ronde tafels en seminars. Ook is er een werkgroepenmarkt tijdens het congres. Alle werkgroepen maken een jaarverslag.

Nieuwe werkgroepen kunnen aan het bestuur voorgedragen worden. Het bestuur hecht eraan dat werkgroepen openstaan voor alle leden van de Vereniging.

Binnen de werkgroepen is in de afgelopen beleidsperiode veel expertise opgebouwd over diverse onderwerpen uit de (medische) onderwijskunde. Het bestuur is van plan om tijdens de komende beleidsperiode disseminatie van deze expertise onder de leden van de Vereniging te ondersteunen, bijvoorbeeld door de medisch-onderwijskundige kennis bij promovendi en docenten te vergroten door het volgen van een ‘leergang’. De werkgroepen kunnen een belangrijke rol vervullen bij een leergang, door het organiseren van een aantal samenhangende studiedagen. Het bestuur stelt zich voor dat deelnemers aan de leergang een keuze kunnen maken uit het aanbod van de werkgroepen. Rekening houdend met de duur van het opleidingstraject van aio’s, zouden werkgroepen eens per 3 jaar hun cursus kunnen aanbieden binnen de leergang.

NVMO Congres

Het NVMO Congres is een succesvolle activiteit en het bestuur is van oordeel dat de gekozen formule in grote lijnen gehandhaafd moet blijven. Onderzocht moet worden of de werkgroepen van de NVMO op de dag voorafgaand aan het congres in de vorm van pre-conference workshops (een deel van) de hierboven beschreven leergang kunnen aanbieden.

Accreditatie

De opleidingsactiviteiten van de Vereniging zullen aan een minimaal niveau moeten voldoen, zodat promovendi en docenten deze activiteiten mee kunnen laten tellen binnen hun persoonlijk scholingsprogramma. Dit betekent dat het bestuur streeft naar Verenigingsaccreditatie van opleidingsactiviteiten/cursussen. Met deze ontwikkeling verschuift het accent van de oorspronkelijke docentprofessionaliseringsactiviteiten van de Vereniging naar expertiseontwikkeling van alle leden die daar belang bij hebben.

Internationale oriëntatie

Nederland staat wereldwijd bekend door belangrijke bijdragen aan de ontwikkeling van het medisch onderwijs, zowel in de vorm van artikelen in de internationale literatuur, als in de vorm van bijdragen aan internationale congressen. In sommige opzichten vervult Nederland een voorbeeldfunctie. Tijdens de afgelopen beleidsperiode heeft de Vereniging zich sterker internationaal geprofileerd. Deze profilering komt tot uiting door de artikelenserie van de werkgroepen in Medical Teacher, de lidmaatschappen van (vooraanstaande) leden van de Vereniging in internationale (congres)commissies, het eenmalig gezamenlijk uitbrengen met de Duitse collegae van een Engelstalige editie van het Tijdschrift Medisch Onderwijs en door de strategische samenwerking met de Association for Medical Education in Europe (AMEE). Bij het NVMO-lidmaatschap hoort een abonnement op Perspectives on Medical Education.

Voor de komende beleidsperiode wil het bestuur van de Vereniging de internationale oriëntatie verder uitbreiden. Het bestuur wil dit doen door de verdere ontwikkeling van Perspectives on Medical Education te ondersteunen en bestaande internationale contacten te verstevigen. Nauwe en zich ontwikkelende banden met de ons omringende landen zullen worden verstevigd.

Perspectives on Medical Education

Het tijdschrift Perspectives on Medical Education is begin 2012 ontstaan als opvolger van het Tijdschrift voor Medisch Onderwijs. De komende jaren moet het tijdschrift zijn bestaansrecht bewijzen. Het bestuur streeft ernaar dat het tijdschrift een platform is waar niet alleen Nederlandse en Vlaamse promovendi en andere onderzoekers hun werk in kunnen publiceren, maar verwelkomt een brede groep van internationale auteurs. Het bestuur streeft ernaar dat het tijdschrift binnen een aantal jaren een impactfactor heeft waarmee het publiceren in het tijdschrift ook aantrekkelijk wordt voor ervaren onderzoekers en auteurs uit andere landen. De artikelen van PME zijn elektronisch toegankelijk voor iedereen.

Bestuur en beleid Overzicht