INHOUD:

  1. Keynote sprekers

  2. Programma

  3. EBMA

  4. Brochure

  5. Pre-conference workshops

  6. Aanwijzingen voor abstracts

  7. Inschrijven

  8. Lustrum

Op 16 en 17 november 2017 vindt het jaarlijkse congres van de Nederlandse Vereniging voor Medisch Onderwijs (NVMO) weer plaats in Egmond aan Zee. Dit jaar is het hoofdorganisatorschap in handen van Lisette van Bruggen van het UMC Utrecht.

Het doel van het congres blijft onveranderd; een platform bieden voor het bespreken van ontwikkelingen op het gebied van onderwijs en opleidingen in de gezondheidszorg in Nederland en Vlaanderen. De titel van het congres is Inspireren tot leren; docenten maken het verschil! Tijdens het congres zal er in de plenaire en parallelle sessies veel aandacht worden besteed aan de ontwikkelingen op het gebied van de professionalisering van docenten, carrièreperspectief in medisch onderwijs en het creëren van een onderwijs- cultuur. Daarover leest u op de volgende pagina’s meer. Het congres biedt naast deze rode draad een platform voor het presenteren en bediscussiëren van alle ontwikkelingen op het gebied van onderwijs en opleidingen binnen de gezondheidszorg in Nederland en Vlaanderen.

Het jaar 2017 is een bijzonder jaar, want de NVMO bestaat 45 jaar. De lustrumcommissie heeft een eigen thema gekozen namelijk Academische Vrijheid gedefinieerd als “freedom of teaching and discussion, freedom in carrying out research and disseminating and publishing the results thereof…”

Hoe denken we daarover en hoe debatteren we hierover in onze werkgroepen en tijdens het congres. Hoe staat het eigenlijk met de academische vrijheid van onze docenten? Gedurende het jaar zullen al wat activiteiten plaatsvinden, maar de climax ligt op de donderdagavond van het congres. Hoe precies houden we natuurlijk nog even geheim…

Zie HIER voor verdere informatie over het lustrum.


KEYNOTE SPREKERS

Yvonne Steinert, McGill University, Montreal, Canada
Patricia O'Sullivan, University of San Francisco, California, USA
Ilja Klink, De Nederlandse School, Amsterdam
Ian Bates, University College London, School of Pharmacy, London, UK


PROGRAMMA

De congrescommissie heeft op 12 juni een begin gemaakt met de samenstelling van het programma, door alle ingezonden en goedgekeurde bijdragen in de vijf slots een naar de onderwerpen zo goed mogelijke plek te geven.


EBMA

European conference on assessment in medical education

Op 14 en 15 november, dus voorafgaande aan het NVMO Congres vindt voor de tweede maal de EBMA plaats, dit keer in Nederland, ook in Hotel Zuiderduin. Om de EBMA deelnemers de mogelijkheid te bieden ook aan een deel van het NVMO Congres deel te nemen, worden op de donderdag Engelstalige onderdelen geboden.
Nederlandse en Vlaamse deelnemers aan het NVMO Congres kunnen uiteraard ook inschrijven voor de EBMA. Misschien een reden om 1 of 2 dagen eerder naar Egmond te reizen en in een internationale groep kennis op te doen en te delen over toetsing. Het programma heeft twee interessante key notes (Prof. Shiphra Ginsburg, The Wilson Centre, Toronto, Canada & Prof. Janke Cohen-Schotanus, UMC Groningen) en interactieve workshops, symposia en posters.

Hierzijn de links voor verdere informatie en inschrijven voor deelname.


BROCHURE

In de brochure, die u HIER kunt downloaden, staan alle gegevens over de keynote sprekers, de preconferences, kosten voor deelname etc.


PRE-CONFERENCE WORKSHOPS

Als deelnemer aan het NVMO Congres kunt u zioch aanmelden voor de pre-conferences via dezelfde procedure als voor aanmelding voor het congres.
Indien u alleen aan een pre-conference wilt deelnemen, kunt u dit registratieformulier sturen aan NVMO@congresservice.nl.

1. De rol van leertheorieën bij onderzoek van onderwijs. Wetenschapscommissie (WECO).

 Als onderzoeker binnen het medisch onderwijs domein staat het leren van studenten en professionals centraal. Hierover zijn vele theorieën beschikbaar die allen een ander leer-aspect belichten, gaande van onbewuste leerprocessen tot leren als actieve, bewuste activiteit. Geen enkele theorie is een alomvattend en afdoende betekenissysteem.

Veel onderzoekers worstelen vaak in het begin om een goed theoretisch denkkader op te zetten. Wat houdt dat dan in? Welke theorieën zijn er dan? Hoe pak ik dat aan? In deze pre-conference workshop gaan we in op wat we verstaan onder een theorie, verschillende categorieën van leertheorieën en hoe we deze kunnen gebruiken in het onderzoek van onderwijs.

De workshop is vooral ook praktisch: er wordt intensief en interactief gewerkt aan de hand van opdrachten en discussies om zo verschillende theorieën te verkennen en te koppelen aan onderzoek. Ook wordt aandacht besteed aan eigen opvattingen over leren en onderzoek doen en wat dat betekent voor het onderzoeken naar leren en opleiden.

Draaiboek

2. Effectiever lesgeven: self-determination theory in de praktijk. Werkgroep Docentprofessio­nalisering.

Soms heeft een student zichtbaar geen zin in een les. Of erger nog, de hele groep. De oorzaken variëren: studentfactoren Soms heeft een student zichtbaar geen zin in een les. Of erger nog, de hele groep. De oorzaken variëren: studentfactoren (moeheid, nut niet zien), de inhoud, de manier waarop een les gegeven wordt etc. Hoe kun je je les zo inrichten en geven dat je studenten optimaal motiveert? Als theoretisch kader gebruiken we de veelgebruikte “Self-determination theory” van Deci en Ryan. Deze theorie beschrijft hoe de drie basale psychologische behoeften, autonomie, betrokkenheid en competentie, bijdragen aan intrinsieke motivatie.

Naast een korte theoretische inleiding oefenen we in deze workshop hoe we op ieder van deze behoeften kunnen inspelen en daarmee motivatie van studenten kunnen verhogen. De werkvormen zijn zo gekozen dat ook in de workshop aan ieder van de drie basale behoeften aandacht wordt besteed. Zo ervaart de deelnemer direct hoe de theorie in de praktijk werkt.

Draaiboek

3. "Samen Leren, Samen Werken". Opleidingsoverstijgende initiatieven en Hackaton methodiek. Werkgroep InterProfessionele educatie.

De complexe zorgvragen van cliënten en patiënten vergen steeds vaker een interprofessionele aanpak. Aansluitend zijn er bij zorgopleidingen steeds meer opleidingsoverstijgend initiatieven voor interprofessioneel onderwijs.Het ontwikkelen van interprofessioneel onderwijs is veel complexer dan monodisciplinair onderwijs en confronteert de docent en/of onderwijsontwikkelaar met verschillen in eindtermen, didactische concepten, professioneel vocabulaire en opbouw van curricula. In het realiseren van interprofessioneel programma is het de uitdaging dit alles in goede banen te leiden.

Deze workshop duurt een hele dag: In de voormiddag maken de deelnemers aan de hand van een patiënt casus een start met het ontwikkelen van een interprofessionele cursus. Aan bod komen o.a. raamwerken voor interprofessionele leerdoelen en gezamenlijke professionele taal, het kiezen en verder ontwikkelen van geschikte trainingsformats en toets methoden. De verbinding tussen leeruitkomsten, training formats en toetsing wordt spelenderwijs geborgd. Daarnaast biedt de workshop tips en tricks over de inrichting van een governance model om onderwijs over instituten heen te ontwikkelen en organiseren. De workshop facilitatoren demonstreren hands-on hoe de principes van interprofessionele samenwerking uit de zorgpraktijk, ingezet kunnen worden in het realiseren van gezamenlijk onderwijs.

In de namiddagworkshop presenteren het Radboudumc en Hogeschool Arnhem & Nijmegen (HAN) de Hackathon-methodiek als een innovatieve onderwijsvorm waarin interprofessioneel leren gekoppeld wordt aan samenwerken met directe patiëntparticipatie. Hackathon komt van de woorden ‘hacken’ en ‘marathon’. Studenten werken in interprofessionele teams aan oplossingen voor complexe gezondheidszorgproblemen (hacken) in een relatief korte tijd (marathon). De patiënt is bij dit onderwijs aanwezig, denkt mee en geeft feedback.

Tijdens deze preconference workshop willen ze de deelnemers deze methode zelf laten ervaren. Hierbij zal een patiënt Tijdens deze preconference workshop willen ze de deelnemers deze methode zelf laten ervaren. Hierbij zal een patiënt aanwezig zijn. De deelnemers zullen de bruikbaarheid van deze methode voor hun eigen onderwijssetting kunnen aanwezig zijn. De deelnemers zullen de bruikbaarheid van deze methode voor hun eigen onderwijssetting kunnen bepalen. Uit evaluaties blijkt dat dit een krachtige onderwijsmethode is. Studenten ervaren de voordelen van bepalen. Uit evaluaties blijkt dat dit een krachtige onderwijsmethode is. Studenten ervaren de voordelen van interprofessioneel samenwerken aan den lijve en kunnen hun persoonlijke krachten en valkuilen binnen IP interprofessioneel samenwerken aan den lijve en kunnen hun persoonlijke krachten en valkuilen binnen IP samenwerking verder ontwikkelen. samenwerking verder ontwikkelen.

Draaiboek

4. Faculty development in simulation based education. Werkgroep Skills en simulatietechnieken.

‘Simulation-based -education’ wordt op vele plaatsen en op verschillende manieren in het medisch onderwijs toegepast. ‘Simulation-based -education’ wordt op vele plaatsen en op verschillende manieren in het medisch onderwijs toegepast. Hierbij is te denken aan onder ander human simulation (simulatie patiënten); het gebruik maken van zogenoemde deeltaak trainers (kunstarm voor IV-injectie, laparascopie-trainer, etc,..) en het uitvoeren van Crew Resource Management (CRM) cursussen. Veelal zijn de onderwijsactiviteiten gekoppeld aan de ziekenhuizen en zijn de leden van de uitvoerende faculty vaak klinisch werkende artsen en verpleegkundigen met een wisselend kennis- en ervaringsniveau met betrekking tot onderwijskundige aspecten.

Hier wil de workshop graag op in zoomen: wat zijn de mogelijkheden voor faculty development? Welk aanbod bestaat er momenteel? Welke tools worden gebruikt in de verschillende centra? Uiteindelijk willen wij in discussie gaan over de meest ideale situatie en dit als vertrekpunt gebruiken om ideeën te ontwikkelen hoe de ideale situatie benaderd kan worden.

Draaiboek

5. Studentmodellen voor gepersonaliseerde feedback: lessen uit het WATCHME project.  Jeroen Donkers, Maastricht University.

In het EU-FP7 project WATCHME (2014-2017, zie www.project-watchme.eu), zijn studentmodellen ontwikkeld die in de context van werkplekleren zijn gebruikt om gepersonaliseerde feedback te genereren op basis van informatie in een e-portfolio. Deze studentmodellen gebruiken gegevens van de werkplekbeoordelingen uit het e-portfolio om pedagogische feedback aan studenten en hun begeleiders te geven. Dit is toegepast in de basis- en vervolgopleiding geneeskunde, diergeneeskunde en in lerarenopleidingen.

De workshop heeft als doel onze ervaringen te delen met een breder publiek. In de workshop gaan we in op de theoretische achtergrond van de gebruikte technieken (MEBN / pr-OWL2) en bieden we kans om met de beschikbare ontwikkeltools te oefenen op een eigen laptop. Software en materialen voor de workshop zullen vooraf beschikbaar worden gesteld. Daarnaast besteden we aandacht aan hoe je een studentmodel ontwerpt en toepast op basis van onderwijskundige begrippen en modellen. We laten zien hoe dat in het WATCHME project is gedaan. Er is ruimte voor discussie over eigen toepassingen.

Draaiboek

6. Hoe implementeren we sekse/gender in de medische vervolgopleidingen: van landelijk naar regionaal? Joni Scholte, Loes van de Einden, Lia Fluit en Toine Lagro-Janssen, Radboudumc.

Steeds meer onderzoek laat zien dat geen rekening houden met sekse/gender verschillen in ziekte en gezondheid leidt tot een ongelijke toegang tot de zorg voor mannen en vrouwen. Daarom is de KNMG met subsidie van ZonMw een studie gestart met als doel om relevante gendersensitieve aspecten in de landelijke opleidingsplannen van vijf medische vervolgopleidingen (psychiatrie, interne geneeskunde, cardiologie, arts maatschappij en gezondheid en huisartsgeneeskunde) te implementeren. Om dit te realiseren zijn de vijf hierboven genoemde opleidingsplannen gescreend met behulp van een gender-sensitief beoordelingsinstrument. Dit zal leiden tot aanbevelingen, die vervolgens omgezet worden in concreet onderwijs. De vraag is hoe deze landelijke gender-sensitieve die vervolgens omgezet worden in concreet onderwijs. De vraag is hoe deze landelijke gender-sensitieve opleidingsplannen structureel geïmplementeerd kunnen worden in de acht opleidingsregio’s. opleidingsplannen structureel geïmplementeerd kunnen worden in de acht opleidingsregio’s. Wat zijn intrinsieke motieven van aio’s en opleiders en van opleidingsorganisaties om dit proces te Wat zijn intrinsieke motieven van aio’s en opleiders en van opleidingsorganisaties om dit proces te faciliteren en hoe moeten deze aangesproken worden? faciliteren en hoe moeten deze aangesproken worden?

Draaiboek

7. VERVALLEN

8. White Innocence in medical education. Hannah Leyerzapf, Petra Verdonk, Maaike Muntinga

Er is internationaal en nationaal steeds meer aandacht voor het creëren van gelijke kansen voor studenten met diverse achtergronden in medisch onderwijs. In Nederland ligt de focus daarbij veelal op ‘culturele diversiteit’ (aspecten van diversiteit zoals cultuur, etniciteit, nationaliteit, religie, huidskleur). In de medische beroepspraktijk is sprake van structurele ongelijkheid in toegang tot de (vervolg)opleiding tussen groepen studenten. Echter, vooralsnog richt aandacht zich vaak op de culturele achtergrond van individuele studenten, terwijl de structurele basis van ongelijkheid op de arbeidsmarkt in uit beeld blijft. Zo’n focus op diversiteit als individuele studentkenmerken leidt de aandacht af van discriminatie en raciale microagressies in medisch onderwijs en de (vervolg)opleiding, en kan dus bewustzijn en aanpak hiervan in de weg staan.

In deze tijd van gepolariseerde maatschappelijke debatten is het belangrijk dat docenten zijn toegerust om thema’s als white privilege, discriminatie en racisme onder studenten (en docenten) en in de gezondheidszorg bespreekthema’s als white privilege, discriminatie en racisme onder studenten (en docenten) en in de gezondheidszorg bespreekbaar te maken. Ruimte voor diversiteit in de medische opleiding ontstaat wanneer heersende normen, bijvoorbeeld rondom professionaliteit, kritisch mogen worden bevraagd. Zowel studenten als docenten kunnen refl exiviteit ten aanzien van hun eigen achtergrond en aannames alsmede een empathische basishouding ontwikkelen. Dit zal bijdragen aan gelijke kansen voor studenten en artsen van diverse afkomst in de opleiding geneeskunde en in het medische werkveld.

In deze preconference reflecteren docenten en onderzoekers in het medische veld gezamenlijk op individuele en collectieve privileges en voordelen. Aan de hand van opdrachten, reflectievragen en een korte theoretische onderbouwing van relevante concepten als white innocence en white fragility gaan zij in dialoog over hoe docenten in medisch onderwijs en/of onderzoekers van medisch onderwijs hiermee om kunnen gaan en vorm aan kunnen geven in hun dagelijkse werkpraktijk.

Draaiboek

9. Hergebruik van open onderwijsmateriaal in het bestaande curriculum. Nicolai van der Woert, Radboudumc.

Voor het domein gezondheidszorg is heel veel open onderwijs materiaal (gratis) beschikbaar, zoals Open Eucational Resources, Open Courseware en Massive Open Online Courses (MOOC’s). Hoewel dit materiaal materiaal bedoeld is Resources, Open Courseware en Massive Open Online Courses (MOOC’s). Hoewel dit materiaal materiaal bedoeld is voor hergebruik, geschiedt dit in de praktijk maar mondjesmaat. Dat komt onder andere omdat niet iedereen voor hergebruik, geschiedt dit in de praktijk maar mondjesmaat. Dat komt onder andere omdat niet iedereen ze weet te ontdekken en de kwaliteit kan wisselen. Docenten hebben vaak koudwatervrees en de juiste ze weet te ontdekken en de kwaliteit kan wisselen. Docenten hebben vaak koudwatervrees en de juiste ondersteuning is nog niet overal aanwezig. Toch valt er veel te winnen door hergebruik: lagere productieondersteuning is nog niet overal aanwezig. Toch valt er veel te winnen door hergebruik: lagere productiekosten, tijdswinst, kwaliteitsverbetering, een ruimer aanbod, diversiteit in didactiek en presentatie. kosten, tijdswinst, kwaliteitsverbetering, een ruimer aanbod, diversiteit in didactiek en presentatie.

In een Content Curation onderzoek van Radboudumc zijn 15 000 open onderwijsmateriaal gevonden. Ze werden In een Content Curation onderzoek van Radboudumc zijn 15 000 open onderwijsmateriaal gevonden. Ze werden beoordeeld op aansluiting bij het curriculum, niveau, culturele vertaalbaarheid, inhoudelijke correctheid, up-to-date zijn en beoordeeld op aansluiting bij het curriculum, niveau, culturele vertaalbaarheid, inhoudelijke correctheid, up-to-date zijn en didactisch aantrekkelijkheid. Er bleken 2500 open sources geschikt. Deze bronnen zijn goed gedocumenteerd beschikbaar gemaakt in een doorzoekbare database. Momenteel lopen er in het Radboud meerdere trajecten voor hergebruik in het medisch bachelor curriculum: als aanbevolen open studiemateriaal bij elk vak, als keuze-onderdeel in de vrije ruimte, als remediërend materiaal na de voortgangstoets, als onderdeel van het aangeboden studiemateriaal bij een vak, en als bronmateriaal bij het klinisch onderwijs. Onze Nijmeegse ervaringen en leerpunten delen we graag met u.

Draaiboek

10. Het systematisch evalueren van onderwijsvernieuwingen. Mieke Mulder, Geurt Essers, Beatrijs de Leede.

Bij elke opleiding zijn er voortdurend ontwikkelingen en vernieuwingen in het onderwijs of het nu gaat om een complete curriculum vernieuwing, een verandering van een cursus of het implementeren van nieuwe werkvormen. Belangrijk is om te kunnen vaststellen of de vernieuwing een verbetering is ten opzichte van de oude situatie en of met dit onderwijs ook de gestelde doelen en resultaten van de vernieuwing worden bereikt. Essentieel hiervoor is het tijdig en gestructureerd opzetten van evaluaties.

In deze workshop gaan we met behulp van het door Van Melle (2012) ontwikkelde “logic model” aan de slag. We starten met een analyse van de gestelde doelen van onderwijsvernieuwing en met behulp van het Logic Model wordt een methodische opzet gemaakt voor de exactere formulering van doelen voor de evaluatie en welke methoden daarbij gebruikt kunnen worden.

Draaiboek

11. Introductie philosophy of education. Menno de Bree, Pauline Bakker.

Als docent en onderwijsontwikkelaar zijn er tenminste drie redenen om je tenminste eenmaal echt bezig te houden met fi losofi sche refl ectie op onderwijs. Vooreerst heb je allerlei vooronderstellingen over bijvoorbeeld ‘leren’, ‘kennis’, en ‘kwaliteit’ - concepten die binnen de fi losofi sche traditie uitvoerig zijn geanalyseerd. Daar kennis van nemen kan je op nieuwe paden brengen. Daarnaast zijn er binnen fi losofi sche tradities denk- en spreektechnieken ontwikkeld die toepasbaar zijn op onderwijssituaties. Tot slot hebben fi losofen van Plato tot Dewey zich expliciet beziggehouden met onderwijs, wat tot op heden in de onderwijspraktijk nog voelbaar is.

Tijdens deze interactieve workshop krijg je een historisch-thematische inleiding in ‘philosophy of education’ aan de hand van een aantal belangrijke fi losofen. Met Plato hebben we het over het stellen van vragen en het vellen van oordelen. Aristoteles neemt ons mee in zijn visie op het competentiegericht opleiden. Descartes leidt ons in in de mens als ‘denkend ik’. Met Rousseau hebben we het over volwassenen en kinderen. Dewey brengt zijn visie over “refl ectie en denken”. En met Sloterdijk en Dohmen willen we afsluiten over Bildung.

Draaiboek

12. Blended Leren voor innovatief medisch onderwijs: waarom, wat en hoe. Resultaten van onderzoek, praktijkervaringen en richtlijnen. Werkgroep E-learning en Wetenschapscommissie.

Steeds meer opleidingen maken gebruik van ‘blended leren’ in hun opleiding. Daarmee wordt het onderwijs flexibeler en vaak aantrekkelijker voor studenten, maar zijn hier ook dezelfde leerresultaten van te verwachten? Wanneer werkt het goed of juist niet, en maakt het dan uit welke formats worden ingezet? Tijdens de workshop zal worden ingegaan op wat we weten uit onderzoek, krijgen deelnemers praktische handreikingen voor ontwerp en implementatie, en passen de deelnemers dit toe in een eerste globale blended opzet.

We zullen ingaan op onderzoeksresultaten met betrekking tot de effectiviteit van diverse online formats (zoals e-modules, videoclips, simulatie-programma’s, serious games) en bespreken didactische ontwerp principes, binnen het kader van belangrijke leerprincipes. Vervolgens worden de mogelijkheden van blended leren met bestaande online content (zoals Open Educational Content, MOOCs) besproken en worden de ervaringen met inzet hiervan gedeeld. In het tweede deel van de workshop wordt een gestructureerde aanpak voor blended leren toegelicht en gaan de deelnemers in groepjes aan de slag met het maken van een globaal blended ontwerp van een onderwijs-onderdeel.

Draaiboek




AANWIJZINGEN VOOR HET INDIENEN VAN ABSTRACTS VOOR PAPERS, POSTERS, WORKSHOPS EN RONDETAFELS

U wordt van harte uitgenodigd uw onderzoeksresultaten te presenteren op het NVMO Congres 2017 in de categorieën onderzoekspapers, praktijkpapers, posters, workshops en rondetafels. De uiterste datum voor het indienen van abstracts is 12 april 2017.

Voor onderzoekspapers gebruikt u deze link
Voor praktijkpapers en posters gebruikt u deze link.
Voor workshops en rondtafels gebruikt u deze link.

Abstracts kunnen uitsluitend worden ingediend via deze website, via de links hierboven. U kunt uw abstract nu al maken aan de hand van de onderstaande subkoppen. Na het indienen van uw abstract krijgt u een automatische ontvangstbevestiging.

Voor de abstracts gelden de volgende regels: de lengte van de titel is maximaal 200 karakters, de tekst bevat maximaal 425 woorden en is in het Nederlands geschreven. Illustraties en/of tabellen kunnen niet worden opgenomen in het abstract.

Onderzoekspapers

Bijdragen binnen deze categorie hebben betrekking op onderzoek op het brede terrein van onderwijs of opleiding. Een onderzoekspaper rapporteert een volledig afgeronde studie, dus inclusief resultaten en conclusie (papers met voorlopige resultaten en conclusies vallen niet onder de categorie onderzoekpapers en kunnen als poster worden ingediend). Het onderzoek is ingebed in theorie en draagt bij aan verdere theorievorming en/of toetst bestaande theorieën. Het kan zowel reviews, literatuurstudies, als empirisch kwantitatief als kwalitatief onderzoek betreffen. De spreektijd is 10 minuten, gevolgd door 5 minuten discussie.

Beoordeling van abstracts in deze categorie vindt plaats door de Wetenschapscommissie van de NVMO. Daarbij hanteren zij de volgende criteria:

  • de probleemstelling is helder beschreven en de onderzoeksvraag is duidelijk geformuleerd op basis van welke kennis ontbreekt in de literatuur;
  • het onderzoek is methodologisch correct opgezet en uitgevoerd;
  • de conclusies volgen uit de gevonden resultaten;
  • in de discussie worden de resultaten en conclusies kritisch beschouwd in het licht van de onderzoeksvraag en het theoretische kader.

Abstracts voor deze categorie dienen gestructureerd te zijn aan de hand van de volgende subkoppen:

  • Probleemstelling (inclusief theoretische onderbouwing en onderzoeksvraag/vragen)
  • Methode
  • Resultaten (en conclusie)
  • Discussie (beschouwing resultaten en conclusie in het kader van de theorie)
  • Maximaal twee literatuurverwijzingen
  • Trefwoorden

Praktijkpapers

Bijdragen binnen deze categorie hebben betrekking op praktijkvoorbeelden op het brede terrein van onderwijs of opleiding. Bijvoorbeeld beschrijvingen en innovaties van de onderwijspraktijk of evaluaties van lokale ontwikkelingen . De nadruk ligt op implicaties voor de onderwijs- of opleidingspraktijk en ‘lessons learned’. De praktijkvoorbeelden kunnen uiteraard geslaagde innovaties betreffen, maar ook voorbeelden waar het ‘fout’ gegaan is en de analyse daarvan kunnen zeer leerzaam zijn! De spreektijd is 10 minuten, gevolgd door 5 minuten discussie.

De abstracts voor deze categorie worden beoordeeld door de congrescommissie via een peer-review proces (tenminste 2 beoordelaars per abstract).

Abstracts voor deze categorie dienen gestructureerd te zijn aan de hand van de volgende subkoppen:

  • Context/probleemstelling of aanleiding
  • Beschrijving van de interventie/innovatie
  • Ervaringen/analyse van de implementatie
  • Lessons learned (implicaties voor de praktijk)
  • Maximaal 2 literatuurverwijzingen
  • Trefwoorden

Posters

In een poster kunnen zowel afgerond als lopend onderzoek als ontwikkelingen, innovaties of beschouwingen op onderwijs- en opleidingsgebied gepresenteerd worden. Globaal gesproken worden voor de inhoud van de posters dezelfde voorwaarden aangehouden als bij de papers. De posters worden zo veel mogelijk thematisch geordend en zowel presentatoren als publiek zijn actief betrokken bij deze sessies.

Nadat de posters eerst bekeken zijn door de deelnemers, geeft de indiener – staand naast de eigen poster en zonder audiovisuele middelen – een toelichting van maximaal 2 minuten. Hierna vindt onder leiding van de voorzitter een discussie plaats van maximaal 5 minuten. Voor de verdere duur van het congres worden de posters tentoongesteld. Tevens zullen de posters op de NVMO-website/in de congres app worden geplaatst.

De abstracts voor deze categorie worden beoordeeld door de congrescommissie via een peer-review proces (tenminste 2 beoordelaars per abstract).

Abstracts voor posterpresentaties dienen gestructureerd te zijn aan de hand van de volgende subkoppen:

  • Probleemstelling/context
  • Methode/interventie
  • Resultaten/ervaringen
  • Discussie/Lessons learned
  • Maximaal 2 literatuurverwijzingen
  • Trefwoorden

Workshops

Workshops zijn bedoeld om deelnemers kennis te laten maken met resultaten van onderzoek en praktijkervaringen in het Medisch Onderwijs door het zelf te ervaren. Denk aan leeropbrengsten van een game door ook zelf die game te spelen, het hanteren van een nieuwe supervisiemethode door die te ondergaan of het zelf ontwikkelen van specifieke toetsvragen. Het is nadrukkelijk de bedoeling dat er interactieve werkvormen worden gebruikt waarbij de deelnemers een actieve rol spelen. De workshop dient de ‘lokale situatie’ te overstijgen en wordt bij voorkeur vanuit meerdere instituten georganiseerd.

Duur van een workshop is 75 minuten.

De abstracts voor deze categorie worden beoordeeld door de congrescommissie via een peer-review proces (tenminste 2 beoordelaars per abstract). De congrescommissie selecteert op inhoud, vorm en kwaliteit en beperkt zo nodig het aantal workshops wanneer het programma te onevenwichtig wordt.

Abstracts voor workshops dienen gestructureerd te zijn aan de hand van de volgende subkoppen:

  • Thema
  • Doel
  • Doelgroep
  • Opzet workshop: activiteiten, opbrengst
  • Maximum aantal deelnemers
  • Trefwoorden

Om de opzet van de workshop beter duidelijk te maken, dient u naast het abstract een draaiboek in te dienen. Het format voor dit draaiboek kunt u downloaden via de website waar u het abstract indient, maar ook hier. Indien er geen volledig ingevuld draaiboek is ontvangen, kan het abstract niet worden beoordeeld. De deadline voor het toesturen van het draaiboek is 12 april 2017.

U kunt het draaiboek o.v.v. de titel van u abstract/ naam auteur mailen naar NVMO@Congresservice.nl .

Rondetafelsessies

Rondetafelsessies zijn interactieve sessies waarin een bepaald thema of probleem vanuit verschillende perspectieven wordt belicht en bediscussieerd al dan niet gebruik makend van een panel van experts. De rondetafelsessie dient de ‘lokale situatie’ te overstijgen en wordt bij voorkeur vanuit meerdere instituten georganiseerd.

Duur van een rondetafelsessie is 75 minuten.

De abstracts voor deze categorie worden beoordeeld door de congrescommissie via een peer-review proces (tenminste 2 beoordelaars per abstract). De congrescommissie selecteert op inhoud, vorm en kwaliteit en beperkt zo nodig het aantal rondetafelsessies wanneer het programma te onevenwichtig wordt.

Abstracts voor een rondetafelsessie dienen gestructureerd te zijn aan de hand van de volgende subkoppen:

  • Thema
  • Doel
  • Doelgroep
  • Opzet: activiteiten, opbrengst
  • Maximum aantal deelnemers
  • Trefwoorden

Om de opzet van de rondetafelsessie beter duidelijk te maken, dient u naast het abstract een draaiboek in te dienen. Het format voor dit draaiboek kunt u downloaden via de website waar u het abstract indient, maar ook hier. Indien er geen volledig ingevuld draaiboek is ontvangen, kan het abstract niet worden beoordeeld. De deadline voor het toesturen van het draaiboek is 12 april 2017.

U kunt het draaiboek o.v.v. de titel van u abstract/ naam auteur mailen naar NVMO@Congresservice.nl .

Door het ieder jaar groter wordende aanbod van abstracts is de congrescommissie genoodzaakt strenger te beoordelen. Houd u daarom ook aan de juiste opzet van het abstract.

 

Bij onduidelijkheden/vragen over het proces van indienen van abstracts kunt u contact opnemen met het congressecretariaat. Contactpersoon is Sanne van den Biggelaar, nvmo@congresservice.nl, telefoon 040 211 5751.

 


 

INSCHRIJVEN CONGRES

Inschrijving voor het congres is uitsluitend mogelijk via de website van de NVMO via deze link. Uw inschrijving is pas definitief na registratie én ontvangst van het verschuldigde inschrijfgeld. Inschrijving voor het congres geeft recht op het bijwonen van voordrachten, lunches en borrel. Bij inschrijving na 29 september 2017 geldt een toeslag van € 50. Vanaf 30 september 2017 kan de betaling alleen geschieden via een automatische incasso en niet meer via factuur.

Voor ‘niet-leden die lid worden’ is het lidmaatschap voor het verenigingsjaar (van 1 september 2017 tot 1 september 2018)
inbegrepen (normaal € 85, voor studenten € 30), inclusief online toegang tot het tijdschrift Perspectives on Medical Education, (verschijnt 6 keer per jaar).

NB: Ook als u een abstract instuurt, dient u zich via de website in te schrijven voor het congres én de congreskosten te betalen.

Annulering
Bij annulering van uw congresregistratie op uiterlijk 22 september 2017 zal het reeds ontvangen inschrijfgeld onder aftrek van
€ 30 administratiekosten worden teruggeboekt. Na 22 september 2017 is de inschrijving echter bindend en wordt bij annulering
het inschrijfgeld niet teruggegeven. In dat geval kan eventueel wel een plaatsvervanger worden aangemeld.

De inschrijvingskosten voor het congres worden in onderstaande tabel aangegeven:

 

A

B

C

2 dagen congres incl. overnachting 1 persoonskamer

€ 350

€ 430

€ 420

2 dagen congres incl. overnachting 2 persoonskamer

€ 320

€ 400

€ 390

2 dagen congres zonder overnachting 

€ 260

€ 340

€ 330

Congres alleen donderdag (16 november) 

€ 200

€ 280

€ 270

Congres alleen vrijdag (17 november) 

€ 160

€ 240

€ 230

Voorovernachting 15 op 16 november                    

€ 45

€ 45

€ 45

Diner donderdag (17 november)

€ 40

€ 40

€ 40


A: student/AIO/lid NVMO
B: niet leden NVMO
C: congres + lidmaatschap NVMO